Kern
Vanuit Natuur en Milieu Gelderland kijken we vooral naar de relatie tussen land- en tuinbouw en de opgaven voor natuur, water, klimaat, landschap en een gezonde leefomgeving. Terecht wordt in het aangepaste Beleidskader land- en tuinbouw gekozen om de land- en tuinbouwontwikkeling te laten aansluiten bij de opgaven in de fysieke leefomgeving. Deze keuze kan niet zonder ruimtelijke sturing en de inzet op extensieve en natuurinclusieve landbouw in bufferzones rondom kwetsbare gebieden; we zien de voorstellen daarvoor als een goede stap, al zijn voor robuust natuurherstel bredere overgangszones nodig. Maar ook in de voorgestelde gebieden met hoofdfunctie landbouw liggen opgaven op het gebied van biodiversiteit en waterkwaliteit. Wij pleiten daarom over de hele linie voor meer steun aan natuurinclusieve, biologische en omschakelende boeren.
We missen in het beleidskader een richtinggevende visie op de landbouw en voedselproductie van de toekomst, die daadwerkelijk invulling geeft aan het doel voedselzekerheid. In onzekere tijden is de beste strategie voor voedselzekerheid de transitie naar een meer zelfvoorzienend systeem, met kortere ketens.
Land- en tuinbouwontwikkeling die past bij de draagkracht van de leefomgeving
We zijn blij met de beleidskeuze voor een land- en tuinbouwontwikkeling die past bij opgaven op het gebied van schoon water, schone lucht, biodiversiteit en natuurherstel, bodemkwaliteit, klimaat en een gezonde leefomgeving.
Rondom natuurgebieden, beekdalen, KRW-wateren, grondwaterbeschermingsgebieden en andere kwetsbare gebiedstypen kiezen GS terecht voor meer extensieve land- en tuinbouw. Mest- en gifstoffen vanuit de landbouw blijven immers zorgen voor een te hoge milieudruk. Ook het recente monitoringsrapport voor het landelijke Programma Stikstofreductie en Natuurverbetering laat zien dat natuurherstel achterblijft bij wat is afgesproken (zie hier). Een effectievere aanpak van stikstofemissies is nodig, samen met andere drukfactoren zoals verdroging. Het hanteren van bufferzones waarin integraal extensiever wordt gewerkt is dan een logische stap. In het kader van het NPLG werd in dit verband gedacht aan overgangsgebieden van 1 kilometer rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. De zones die nu door GS worden voorgesteld zijn de helft daarvan.
GS hebben besloten om de spuitvrije zones van 50 meter rond Natura 2000-gebieden als maatregel uit het beleidskader te schrappen. In IPO-verband lopen “verkenningen” naar een gezamenlijke inzet voor gewasbescherming. Wij vinden het zorgelijk als dit leidt tot uitstel van maatregelen die Gelderland zelf kan nemen.
Het voorstel met betrekking tot bufferzones van 20 tot 40 meter rond Gelderse waterlopen met KRW-opgaven is wat ons betreft een welkome stap om structurele normoverschrijdingen door nutriënten én pesticiden in het oppervlaktewater terug te dringen, ook als de effectiviteit van deze maatregel niet voor elk perceel gelijk is. Het biedt helderheid, en het biedt voor pesticiden een effectievere buffer dan de zeer smalle teeltvrije zones onder het Besluit activiteiten leefomgeving. In het kader van het NPLG werd gedacht aan zones van 100 tot 250 meter rond gevoelige beken op de zandgronden [zie voetnoot 1].
Onze suggesties:
- Leg in het beleidskader een duidelijke relatie met doelen en maatregelen voor natuur, waterkwaliteit en hydrologisch herstel uit andere beleidsprogramma’s zoals de VAS, de Aanpak Veluwe, het Gelderse Programma Water, het uitvoeringsprogramma Biodiversiteit. Maak concreet aan welke doelen het beleidskader Land- en tuinbouw bijdraagt in aanvulling op andere programma’s, en wat de verwachte resultaten zijn, zodat hierop ook gemonitord kan worden. Dit geldt ook voor klimaat en groenblauwe dooradering.
- Stel een deadline aan de besluitvorming in IPO-verband over de aanpak van pesticidenvervuiling in natuurgebieden. De provincie Gelderland kan nu al maatregelen treffen in de Omgevingsverordening om te voldoen aan de EU-richtlijn Duurzaam Gebruik Pesticiden voor wat betreft landbouwpercelen binnen N2000 -gebieden. Neem dit ook op in het beleidskader land- en tuinbouw.
- Biedt snel duidelijkheid over de zonering rond KRW-waterlopen, op zijn minst voor de kwetsbare beekdalen op de zandgronden die ernstig onder druk staan. Kom snel met middelen en stevigere provinciale regie in gebiedsprocessen.
- Neem als provincie meer regie op de bescherming van gezondheid van inwoners tegen bestrijdingsmiddelen en laat dit niet alleen aan gemeenten over.
Gebieden met hoofdfunctie landbouw hebben ook opgaven
Voor een goede omgevingskwaliteit zijn ambitieuze maatregelen nodig in het hele landelijke gebied. Ook in gebieden met ‘hoofddoel landbouw’ liggen opgaven voor biodiversiteit, soortenbescherming en basiskwaliteit natuur. Denk aan akker- en weidevogels en andere typische plattelandsoorten waarvan de populaties zijn gekelderd. En aan het waterleven. Schone sloten zijn essentiële kraamkamers voor veel soorten [zie voetnoot 2]. Op grond van de Europese Natuurherstelwet zijn ook extra maatregelen nodig om de neergang van bijenpopulaties per 2030 te stoppen. Daarnaast vragen de stikstof-, klimaat- en KRW-opgaven om bronmaatregelen in het hele agrarische gebied. Het is in het beleidskader niet duidelijk wat de provinciale ambitie is voor behoud, herstel en ontwikkeling van groenblauwe dooradering.
We zijn blij met de keuze voor maximering van de omvang van veehouderijlocaties, die ons landschap ten goede komt. We plaatsen vraagtekens bij de instructie aan gemeenten om mee te werken aan hervestiging van veehouderijen; gemeenten die nu niet ‘veedicht’ zijn zullen dat ook graag willen blijven. Wij ontraden om vanuit de provincie financiële stimulansen te bieden voor grootschalige mestverwerking in het landelijke gebied en daarmee het risico te scheppen van dure nieuwe ‘lock-ins’; belangrijker is het mestoverschot terug te dringen. De productie van biogas is niet de meest duurzame en efficiënte energiebron en kost bovendien fossiele energie.
Onze suggesties:
- Benoem duidelijk welke (natuur)opgaven er spelen in gebieden met hoofdfunctie landbouw. Geef in deze gebieden ook ruimte aan biologische landbouw, groenblauwe dooradering en ANLB.
- Werk het uitgangspunt water en bodem sturend ook voor deze gebieden nader uit.
- Aan renure en biogas uit mest zitten veel haken en ogen. Wij verzoeken de provincie om de risico’s van (steun voor) innovaties op dit gebied transparant in beeld te brengen.
Het doel voedselzekerheid is te weinig ingevuld om op te kunnen sturen
Het hoofddoel ‘zorgen voor voedselzekerheid’ is in het herziene beleidskader wat meer uitgewerkt, maar een actieve voedselstrategie ontbreekt. Het kader maakt niet duidelijk met welke inrichting van ons voedselsysteem het risico van voedselschaarste door bijvoorbeeld geopolitieke ontwikkelingen of klimaatverandering het beste kan worden ondervangen. Daarmee ontbreekt een basis om op dit doel te sturen. Behoud van landbouwgrond biedt als zodanig geen garanties voor voedselzekerheid, wanneer de Gelderse zelfvoorzieningsgraad voor plantaardig voedsel zo laag is (groenten 33%, tarwe 56%) en voor dierlijke producten torenhoog (varkensvlees 273%, kalfsvlees 2500%). En dan is er ook nog de sierteelt. Dit alles heeft met voedselzekerheid niets te maken, en er is een grote afhankelijkheid van geïmporteerde grondstoffen en fossiele brandstof.
In onzekere tijden is de beste strategie voor voedsel- en energiezekerheid de transitie naar een meer zelfvoorzienend systeem, met kortere ketens. We wijzen u graag nogmaals op het rapport Land in Zicht van Urgenda, dat laat zien hoe Nederland met een natuurinclusief en betaalbaar voedselsysteem de eigen bevolking kan voeden.
Steun voor groene boeren en boeren die de omslag willen maken
Voor de gebieden met hoofdfunctie landbouw streeft de provincie naar innovaties om emissies te beperken, zoals ‘slimme’ vormen van gewasbescherming. Dit helpt om verdere achteruitgang van natuur en waterkwaliteit tegen te gaan, maar leidt niet automatisch tot herstel van aangetaste bodems en biodiversiteit. Daarvoor is natuurinclusieve en regeneratieve landbouw die samenwerkt met de natuur de beste route. Deze vormen van landbouw dragen ook het meest bij aan gezonde voeding en een aantrekkelijk agrarisch landschap met een hoge belevingswaarde. Het huidige aandeel van 5% biologische landbouw in Gelderland is bedroevend laag. Wij lezen in het beleidskader de wens om dit aandeel te vergroten, maar zien nog geen overtuigende strategie. De financiële middelen die in bijlage 1 van het beleidskader worden genoemd lijken nogal bescheiden.
Onze suggesties:
- Trek meer middelen uit ter ondersteuning van biologische en natuurinclusieve boeren en tuinders. Zorg dat subsidies én regels zijn afgestemd op hun werkwijze en behoeften. Maak dit jaar een tweede fase van het Uitvoeringsprogramma Natuurinclusieve Landbouw mogelijk voor kennisuitwisseling.
- Richt het provinciale grond- en pachtbeleid ook in op een groter aandeel biologisch.
- Toets het scheurverbod in bufferzones op onbedoelde nadelige effecten voor de extensieve en biologische landbouw. Sta ook andere extensieve gewassen toe.
- Spreek in het beleidskader en daarbuiten meer waardering uit voor biologische en andere groene koplopers als boegbeelden van de voedselprovincie Gelderland.
Voetnoten
[1] Zie bijgaand WUR-artikel voor een bespreking van bufferzones bij agrarische activiteiten met gewasbescherming.
[2] Zie recent onderzoek Haskoning: in de periode 2009-2023 is nauwelijks verbetering opgetreden in de waterkwaliteit van de sloten in Nederland. De biologische waterkwaliteit in de gemiddelde sloot is met een gemiddelde EKR-score van ongeveer 0,40 ruim lager dan de EKR-norm van 0,60 die geldt voor KRW-waterlichamen.