Oordeelsvorming gewasbescherming
De provincie heeft formele taken en bevoegdheden én een eigen verantwoordelijkheid om de schadelijke effecten van bestrijdingsmiddelen op de natuur, ons (grond)water en onze gezondheid terug te dringen.
Taken en bevoegdheden van de provincie
Op 11 februari hebben we ingesproken bij uw verkennende vergadering (zie hier) met als kernboodschap: de provincie heeft formele taken en bevoegdheden én een eigen verantwoordelijkheid om de schadelijke effecten van bestrijdingsmiddelen op de natuur, ons (grond)water en onze gezondheid terug te dringen, samen met waterschappen en gemeenten.
Wij dringen aan op een sectoroverstijgende aanpak met inzet van alle beschikbare instrumenten, inclusief de Omgevingsverordening. Hieronder werken we delen van onze inspraak wat verder uit en doen we nog enkele aanvullingen.
Neem op z’n minst stappen om aan bestaande wettelijke verplichtingen te voldoen
Er ligt op dit moment geen concreet besluit aan u voor in relatie tot bestrijdingsmiddelen. Wij roepen u als Gelderse politiek echter op om zelf initiatief te nemen tot adequate maatregelen, om de huidige en toekomstige schade door gifgebruik terug te dringen.
Minimaal zou de provincie als bevoegd gezag meer moeten doen ter bescherming van Natura2000-gebieden en grondwaterbeschermingsgebieden. Daar vallen nu gaten. De Europese en nationale beoordelingsmethoden voor de toelating van stoffen en middelen houden geen rekening met de beschermdoelen van Natura2000 en zijn onvoldoende gekoppeld aan de Kaderrichtlijn Water. Bij de risicobeoordeling wordt ook de cumulatie van stoffen niet meegenomen, naast vele andere lacunes. Voor insecten en kleine organismen in water en bodem zijn minieme hoeveelheden van giftige stoffen vaak al dodelijk. Daardoor kunnen uiteindelijk hele ecosystemen uit balans raken.
EU-lidstaten mogen extra maatregelen treffen als onzekerheid bestaat over de risico’s voor mens, dier en milieu. In sommige gevallen moeten zij dat ook, zoals in relatie tot het gebruik van bestrijdingsmiddelen binnen Natura2000-gebieden. Zoals jurist Anne de Vries bij de Ronde Tafelbijeenkomst op 4 februari 2026 toelichtte, implementeert Nederland de EU-richtlijn duurzaam gebruik pesticiden niet goed.
Het is de taak van provincies om bestrijdingsmiddelen te verbieden of minimaliseren in N2000-gebieden en ook in grondwaterbeschermingsgebieden (zie ook de provinciale handleiding regulering bestrijdingsmiddelen van Urgenda en stichting Natuur&Milieu, p. 18-19). Dat is nu niet of niet afdoende geregeld. Aan bestaande agrarische activiteit midden op de Veluwe bijvoorbeeld, zijn geen beperkingen opgelegd in het Natura2000-beheerplan of de Omgevingsverordening. Wij roepen de provincie op om deze omissie te repareren voor alle N2000-gebieden en om ook verdere stappen te nemen voor KRW-beschermde gebieden.
Zoals bekend belanden cocktails van bestrijdingsmiddelen ook via de lucht tot diep in natuurgebieden. Op grond van de Holtingerveld-uitspraak van de Raad van State is in ieder geval voor nieuwe lelieteelt in de omgeving van beschermde natuur een passende beoordeling nodig. Drenthe heeft de uitspraak geïnterpreteerd als ook relevant voor andere intensief bespoten teelten én voor het hele grondgebied van de provincie, omdat er geen veilige afstand tot N2000 bekend is. Ook in Gelderland lopen handhavingsverzoeken.
Ook in het GNN en het bredere landelijke gebied is reductie van middelengebruik nodig
Uiteraard beperken de schadelijke effecten van bestrijdingsmiddelen zich niet tot strikt beschermde habitats. Juist ook het gebruik in het agrarische gebied tast soorten(populaties) aan die geen ‘doelsoort’ zijn van de gewasbescherming.
Op grond van onder meer de Vogel- en Habitatrichtlijn, de KRW, de nieuwe Europese Natuurherstelwet en het voorzorgsbeginsel in de Omgevingswet is meer aandacht en inzet nodig voor het landelijke gebied, inclusief sloten. Daar leven en fourageren immers ook beschermde soorten, rode-lijst soorten en de algemene soorten die we ook graag willen behouden.
De Natuurherstelwet bevat voor lidstaten een resultaatverplichting dat de bijenpopulaties vanaf 2030 niet meer mogen afnemen. Het pesticidengebruik is hierbij een belangrijke factor.
In de landelijke toekomstvisie gewasbescherming 2030 uit 2019 is al afgesproken dat er in 2030 ‘nagenoeg geen emissies naar het milieu’ meer zijn uit gewasbeschermingsmiddelen. Daar zijn we nog zeer ver vandaan, en het gebruik van de giftigste middelen neemt juist toe.
Ook in de Tweede Kamer is in het recente verleden een wetsvoorstel aangenomen om het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de landbouw per 2030 met 95% terug te brengen.
Wij vragen u om in het nieuwe regionale waterprogramma, het nieuwe beleidskader land- en tuinbouw, de actualisatie van de Natura-2000 beheerplannen, het pachtbeleid en in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening duidelijke regels op het gebied van bestrijdingsmiddelen te verankeren.
Monitoring en handhaving
Inspecties op naleving van het middelengebruik zijn in Nederland zeer schaars, maar wanneer ze plaatsvinden, wordt vaak op grote schaal overtredingen van de regels geconstateerd (Zie bijvoorbeeld dit recente bericht. ).
Het huidige systeem van registratie van pesticiden door boeren en telers kent grote tekortkomingen, stelt ook het RIVM (zie dit artikel van Trouw: Registratie van pesticiden rammelt aan alle kanten).
Voor het succesvol terugdringen van schade aan natuur en gezondheid zijn daarom ook betere toezicht en handhaving nodig en betere monitoring van aanwezige stoffen op verschillende typen locaties.
Ellen van Reesch
Natuur en landelijk gebied