Wettelijke doelen
Ons inziens moeten alle inspanningen gericht zijn op het eindelijk halen van wettelijke doelen. Deze doelen zijn bijvoorbeeld neergelegd in de Kaderrichtlijn Water en in de natuurherstelverordening.
Met betrekking tot waterkwaliteit stellen Gedeputeerde Staten dat zij als provincie de wettelijke kaders hanteren. Zij stellen de doelen en normen niet hoger dan noodzakelijk is voor het voldoen aan Rijks- en EU-regelgeving.
Wij merken daarbij op dat de wettelijke doelen een ondergrens zijn van wat nodig is voor een goede kwaliteit en kwantiteit van het (grond)water. Daarbij is van belang dat de provincie ook eigen handelingsperspectief heeft, én een eigen zorgplicht en verantwoordelijkheden onder de Omgevingswet. We adviseren daarom om de mogelijkheid in te bouwen dat de provincie zelf normen stelt als dat noodzakelijk blijkt te zijn.
We zien momenteel bijvoorbeeld een beweging om EU-normen op het gebied van pesticiden af te zwakken. Dan is het wenselijk om in het eigen beleidskader doelen te stellen ten aanzien van risicovolle stoffen wanneer hogere overheden in gebreke blijven.
Naar elkaar wijzen
Uit alle bestaande analyses en evaluaties is duidelijk dat de gezamenlijke overheden onvoldoende hebben gedaan om de KRW-doelen tijdig te halen. Sinds 2021 is bovendien voor sommige KRW-doelen sprake van stagnatie. Ook in onze provincie blijft de belasting van grond- en oppervlaktewater met vervuilende stoffen, met name nutriënten, pesticiden en PFAS, te hoog. Het oppervlaktewatersysteem blijft teveel gericht op water afvoeren en grondwaterafhankelijke natuur verdroogt door grondwateronttrekking.
Ondanks toegenomen samenwerking wijzen verschillende overheidslagen vaak naar elkaar in plaats van samen en ieder apart verantwoordelijkheid te nemen (‘vluchtheuvelgedrag’). Voor kaders inzake nutriënten en mestbeleid wordt bijvoorbeeld door provincies en waterschappen terecht naar het Rijk verwezen, maar als het Rijk niet levert zijn de decentrale overheden ook zelf aan zet. Zij hebben op grond van de Omgevingswet duidelijke bevoegdheden om bij te sturen bij overschrijding van kwaliteitsnormen.
Samenhang met andere beleidskaders
Op veel terreinen is al ruimschoots bekend welke aanvullende maatregelen effectief zijn. De provincie hoeft niet te wachten op afronding van landelijke kaders zoals het 8ste NAP om verdere stappen te zetten voor het terugdringen van emissies van nutriënten en pesticiden.
Uit evaluaties volgt ook de aanbeveling om de KRW-doelen goed te verankeren op andere beleidsterreinen, en duidelijk te maken welke maatregelen in welk programma zijn belegd. De voorstellen van GS inzake ruimtelijke maatregelen in het beleidskader Land- en tuinbouw sluiten hier goed bij aan en verdienen verdere aanscherping in het uitvoeringsprogramma.
Bovenstaande is een samenvatting van onze inbreng richting Provinciale Staten. Klik hier voor onze volledige bijdrage.
Alle documenten – de Statenbrief 2025-013513 en de bijbehorende bijlagen – vind je op de website van de provincie Gelderland: Proces actualisatie Gelders Waterprogramma