Zet in op integrale aanpak voor natuurherstel
Op 21 januari 2026 werd u per Statenbrief 2025-009084 geïnformeerd over de uitwerking van het Gelderse strokenbeleid. Sinds het VLGG in het najaar van 2024 werd ingeruild voor een smallere aanpak gericht op stikstof hebben wij herhaaldelijk gereageerd op de voorgenomen inzet. Op 30 oktober 2025 hebben we een schriftelijke reactie op de ‘denkrichting’ strokenbeleid ingediend, samen met Natuurmonumenten, Geldersch Landschap en Kasteelen, en Stichting Landschapsbeheer Gelderland in het kader van het participatie-proces (zie hier).
Onze boodschap blijft: kies als provincie voor een integrale aanpak voor natuurherstel, verbetering van waterkwaliteit en andere (wettelijke) opgaven. Goede zorg voor de natuur is een primaire taak van de provincie.
Het stikstofreductie-strokenbeleid is gericht op de juridische ondergrens voor het lostrekken van vergunningverlening. Deze smalle aanpak (als onderdeel van de bredere versnellingsaanpak stikstof) kost de provincie erg veel tijd, capaciteit en geld, met een groot risico dat beoogde doelen wederom niet worden bereikt.
We vinden het wel positief dat de provincie binnen het strokenbeleid nu duidelijker kiest voor een beweging naar natuurinclusieve en extensieve landbouw. Daar ligt in onze ogen een belangrijke sleutel voor een meer integrale aanpak. De Statenbrief 2025-002555 van 27 januari 2026 over aanvullende natuurmaatregelen rond stikstofgevoelige natuurgebieden biedt ook handvatten, mits deze maatregelen in een bredere zone worden toegepast, wat nu niet zo duidelijk is.
Keuzes in het strokenbeleid die wij positief vinden
- Waar eerder nog een sterke nadruk lag op stikstofreductie met technische innovatie zijn wij blij in de brief van 21 januari te lezen: “We zien in 2035 een gebied voor ons waarin een substantieel deel van de boeren hun bedrijf op een natuurinclusieve en extensieve wijze voert.” De beweging in deze richting wordt ondersteund door het verbod op stikstofhoudende kunstmest, en het verbod op nieuwvestiging van veehouderij-bedrijven en uitbreiding van niet-grondgebonden veehouderij. Boeren die al meer extensief, natuurinclusief of biologisch werken worden hiervan terecht uitgezonderd.
- Het beoogde verbod op het scheuren van grasland helpt voorkomen dat grasland bij het stoppen van melkveebedrijven wordt omgezet naar intensieve teelten. We merken op dat in plaats van gras ook andere extensieve teelten, zonder schadelijke emissies, denkbaar zijn. Bijvoorbeeld eiwitrijke gewassen voor humane consumptie.
- In de brief over extra natuurmaatregelen in de VAS is de realisatie van 25.000 hectare extra natuurinclusieve landbouw rondom de Natura2000-gebieden opgenomen, evenals hydrologische maatregelen op 20.000 hectare landbouwgrond. Beide maatregelen zijn afkomstig uit de Gelderse Maatregelen Stikstof, maar hadden tot nu toe geen invulling gekregen. GS zeggen in 2026 een brede grondstrategie uit te willen werken ter ondersteuning van deze inzet.
- Ook voor de industrie en het verkeer worden concrete maatregelen genomen, waaronder een verlaging van de maximumsnelheid op snelwegen naar 100 km/u.
- De provincie kiest voor rechtstreeks werkende regels in de omgevingsverordening, met de provincie als bevoegd gezag.
Kanttekeningen
- De brief over het strokenbeleid geeft nog weinig inzicht in concrete maatregelen om extensieve, natuurinclusieve en biologische boeren of boeren die willen omschakelen op een meer actieve wijze te ondersteunen.
- Betere toezicht en handhaving zijn essentieel om het beleid te laten slagen, zoals ook het MER-rapport aangeeft. Een (eventueel) uitrijverbod op drijfmest, een scheurverbod van grasland en verbod op kunstmest zijn bijvoorbeeld niet eenvoudig te controleren en handhaven. In 2026 zal worden gewerkt aan een strategie voor toezicht en handhaving op stikstof. Wij bevelen aan dat dit niet alleen gericht is op de nieuwe maatregelen, maar juist ook op (niet-)naleving van reeds bestaande regels, en niet alleen op stikstof maar bijvoorbeeld ook op het gebruik van bestrijdingsmiddelen.
- Het is moeilijk uit te leggen dat een bedrijf als Parenco niet onder de regels van het strokenbeleid valt. Het spreekt vanzelf dat zo’n grote uitstoter pal naast de 500-meterstrook veel grotere schade aan de natuur toebrengt dan kleinere partijen die wel onder de regels vallen. Dit ondermijnt het draagvlak voor het beleid en de effectiviteit ervan. De provincie werkt zelfs mee aan een forse uitbreiding van dit bedrijf, met meer transportbewegingen tot gevolg. Zie hier onze recente zienswijze met betrekking tot deze uitbreidingsplannen.
- Het lijkt erop dat alle natuurmaatregelen en beschikbare middelen worden geconcentreerd op de stikstofgevoelige natuurgebieden, vanwege de relatie met vergunningverlening. Wij wijzen erop dat er nog meer natuur is die aandacht nodig heeft en dat ook waterkwantiteit en -kwaliteit een belangrijke oorzaak zijn van achteruitgang van natuur.
Blijvende zorg: het doelbereik voor stikstofreductie is uiterst onzeker
- Het doel van de provincie is dat in de stroken in 2035 fors minder stikstof wordt uitgestoten ten opzichte van 2018, “idealiter” 60 tot 70 procent minder. De verwachting is dat totaal in 2035 circa 55% reductie haalbaar is: dit lijkt op een benedenwaartse bijstelling van de ambitie.
- Autonome ontwikkelingen zorgen volgens Gedeputeerde Staten voor een stikstofemissiereductie van circa 44%, de actieve maatregelen voor slechts 11% extra reductie. Autonome ontwikkelingen die tot meer emissies leiden (bijvoorbeeld toename van luchtvaart, defensie-activiteiten) lijken niet in de berekening te zijn meegenomen.
- Naar aanleiding van de participatieronde is besloten dat meer regels pas ingaan per 2035, in plaats van per 2030. Daaronder ook de verplichte stalmodernisering, die volgens GS de belangrijkste maatregel is in de landbouwsector. De financiële last voor bedrijven is daardoor minder groot, maar de kans op (onomkeerbare) schade aan de natuur des te groter. GS benoemen bovendien zelf als risico dat onbekend is welke keuze boeren gaan maken (stoppen of doorgaan) en dat de optelsom van keuzes onvoldoende kan zijn voor doelbereik. Daarnaast blijven er onzekerheden over positieve effecten van stalmaatregelen, die in het verleden al vaak ernstig zijn overschat.
- De enclave GEUS is uitgezonderd van de plannen zonder dat er voor het gebiedsplan GEUS juridisch geborgde maatregelen zijn vastgesteld.
- Zoals opgemerkt in de inspraak van een omwonende op 11 februari wordt geen aandacht besteed aan de status van bestaande vergunningen, terwijl die soms geen reëel beeld geven van de werkelijke uitstoot.
- Zelfs bij een emissiereductie van 70%, die met de voorgenomen maatregelen bij lange na niet wordt gehaald, zal de depositie op de Veluwe naar verwachting omlaag gaan met slechts zo’n 75 mol per hectare per jaar, op een gemiddelde depositie van 1650 mol per ha per jaar. Daarmee gaat mogelijk minder dan 1 procent van het oppervlak aan kwetsbare natuur van overbelast naar niet overbelast.