Reactie op ‘Aanpak Defensie in de Gelderse samenleving’

Onze reactie op Statenbrief 'Aanpak Defensie in de Gelderse samenleving'

In januari 2026 bespreken Provinciale Staten de brief van Gedeputeerde Staten over de uitbreidingsplannen van Defensie in de Gelderland. Wij leveren de volgende aandachtspunten voor de beoordeling van deze brief.

Het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie is vastgesteld, de realisatiefase is aangebroken. De statenbrief Aanpak Defensie in de Gelderse Samenleving 2025-2035 beschrijft hoe GS om willen gaan met de opgaven vanuit defensie.

– —

Niet alleen economisch

We constateren dat met de actielijnen vooral een economische invalshoek is gekozen. Ook al is in de brief zelf ook aandacht voor andere vraagstukken, met name op het gebied van stikstof en natuur, toch zijn deze niet in actielijnen vertaald – in ieder geval niet in deze Statenbrief en bijlage. Wij vinden een actieve invalshoek, mede vanuit de provinciale rol als bevoegd gezag voor natuur, ook hier noodzakelijk.

– —

Zorgen over hoog tempo

Daarnaast maken we ons zorgen over de realisatiestrategie van Defensie, die een hoog tempo van uitvoering beoogt. Dit moet niet ten koste gaan van zorgvuldigheid en transparantie.

 

Enkele aanbevelingen en kanttekeningen.

Klik op het aandachtspunt om de toelichting te lezen.

  • Streef naar een gebiedsgerichte aanpak.
    De eerste paragraaf in het hoofdstuk Realisatiestrategie in het NPRD is getiteld “Uitvoering op hoog tempo”, in lijn met de urgentie vanwege de geopolitieke situatie.

    Grote zorgen hebben we over de aanpak per ‘behoefte’ die defensie nastreeft, vooral vanwege de mogelijke inzet van het instrument ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’.

    • Ten eerste is er overduidelijk grote gebiedssamenhang tussen deze ‘behoeften’, zeker op de Veluwe.
    • Ten tweede valt te verwachten dat het aantal benodigde milieutoestemmingen een veelvoud behelst van het aantal behoeften.

    Hiermee raakt het overzicht voor burgers en belanghebbenden in de Gelderse samenleving in no time buiten beeld. Dit zal onvermijdelijk leiden tot frustratie en afnemend draagvlak. In onze zienswijze aan Defensie hebben we dan ook gepleit om een gebiedsgerichte aanpak centraal te stellen. Een gebiedsgerichte benadering voor de Veluwe wordt in het NPRD als optie genoemd (10.5.1., blz 98). We hopen dat de provincie hier met verve op gaat inzetten.

  • Houd alle stakeholders aangehaakt.

    In de Statenbrief worden de economic boards expliciet genoemd. De grootste impact van het NPRD en gerelateerde defensieprojecten betreft echter de natuur op de Veluwe en de leefomgevingskwaliteit van Gelderlanders. We pleiten er daarom voor om ook milieu- en natuurorganisaties en inwonersplatforms een plaats te geven in provinciale processen. Zie er op toe dat zij in de door Defensie te organiseren participatie een goede positie hebben.

    Ook in de gebruiksfase moet aandacht voor de omgeving structureel worden geregeld. Omgevingsoverleggen zoals COVM-Deelen[1] zouden hier een defensiebrede invulling kunnen krijgen. We denken hier graag verder over mee.

    [1] https://www.covm.nl/de-covms/deelen

  • Samenhangende en complete compensatie van natuurgevolgen.

    Het beste is het als de impact van alle defensieactiviteiten in samenhang wordt gezien en alle activiteiten in een overkoepelend programma terecht komen. Anders voorzien we versnippering, gebrekkige transparantie en een onvolledig pakket natuurmaatregelen. De provincie is in onze ogen bij uitstek de partij om hierop toe te zien.

    Er is sprake van activiteiten binnen het NPRD, en van plannen die buiten het NPRD vallen, zoals de plannen rond Schaarsbergen en rond Ermelo/Stroe. Compensatie van verlies aan natuurwaarden wordt per project bepaald. We zijn er beducht op dat hierdoor cumulatieve effecten buiten beeld blijven en de compensatiemaatregelen weinig samenhang zullen vertonen.

    Verder is de Wet op de Gereedstelling in voorbereiding, waarmee wettelijke verplichtingen voor natuurherstel en -compensatie (tijdelijk) buiten werking kunnen worden gesteld.

    Voor de plannen binnen de NPRD geeft het ministerie aan dat het uitgangspunt is om geen gebruik te maken van deze wet, maar geeft geen garanties. Voor ontwikkelingen rond Schaarsbergen en Ermelo-Stroe zullen ook passende maatregelen moeten worden uitgevoerd ter mitigatie van de negatieve natuurgevolgen. Nadat de WodG is vastgesteld, kunnen deze maatregelen buiten beeld raken en komt de opgave voor wettelijk verplicht natuurherstel bij andere partijen te liggen.

    Daarmee wordt de natuurherstelopgave niet kleiner en komt het oplossen daarvan bij anderen te liggen. Met als risico dat het helemaal niet meer gebeurt. Ook zijn we benieuwd hoe dit te rijmen valt met de opgaven vanuit de Europese Natuurherstelverordening, die bovendien een verbod op verslechtering inhoudt dat ook buiten Natura 2000-gebied geldt.

  • Niet alles kan overal
    Deze uitspraak van Johan Remkes is ook in het defensiedossier van toepassing. We begrijpen dat de geopolitieke situatie leidt tot grote investeringen en intensiveringen van Defensie. We zien ook dat Defensieactiviteiten een overduidelijk economische dimensie hebben die via de verdeelsleutel van het Navo-budget tot kansen voor de provincie leidt.

    Maar tot in het oneindige alle activiteiten accommoderen in een provincie met eindige omvang is eenvoudig fysiek onmogelijk. Als er meer ruimte komt voor defensiegerelateerde economische activiteit, en als defensie het gebruik van onze provincie gaat intensiveren, is er geen ruimte meer voor iets anders. Zo hebben we bijvoorbeeld al eerder gewezen op de Recreatiezonering Veluwe, die beoogt de gebruiksdruk te reguleren in het kader van natuurherstel. Wij zien niet hoe intensiever gebruik van de Veluwe door Defensie te rijmen valt met de natuurhersteldoelen van dit programma.

    Tenslotte, de inzet in de Statenbrief op “zoveel mogelijk energiezuinige en circulaire oplossingen” (paragraaf 6) is een goed begin, maar daar mogen best een paar andere ambities aan worden toegevoegd, bijvoorbeeld natuurinclusief ontwikkelen en inzetten op minimaal basiskwaliteit natuur.

Profiel Maarten Witberg

Maarten Witberg

Ruimte en gebiedsontwikkeling